Wat is een melkblaar en wat doe je er aan?

Een melkblaar is een blaasje gevuld met melk op de tepel(hof). Een of meer tepelopeningen zijn bedekt met een laagje huid. Dit blokkeert de melkkanalen en geeft verschijnselen van een verstopping. Het kan ook zijn dat op de tepel een wit stipje te zien is, dit is waarschijnlijk een verstopping in een melkkanaal. Het is allebei zeer pijnlijk bij het voeden.

De tepel voor een voeding weken met warm water of een watje met olijfolie maakt het velletje of de verstopping zacht, waardoor het blaasje tijdens de voeding open zal gaan. De blaar (laten) doorprikken met een steriele naald is een andere mogelijkheid. Lanoline of hydrogel pads geven verlichting van de pijn veroorzaakt door het geopende blaartje en bevorderen het genezingsproces. Zorg dat het wondje schoon blijft, meestal zal het snel genezen.

De oorzaak van een melkblaar is niet altijd even duidelijk, maar meestal ontstaat een blaar door wrijving. Let in ieder geval goed op het aanleggen en voorkom dat de baby aan de borst 'hangt'. Hierdoor zal het voeden minder gevoelig zijn, kan de baby de borst goed leegdrinken en geneest het wondje het snelst. Eventueel eerst aanleggen aan de minst pijnlijke kant en pas als de melk is toegeschoten de pijnlijke kant geven, zodat deze borst minder belast wordt.
De borst waar het blaartje of de verstopping zat kan tijdelijk wat minder melk geven. Dat herstelt vanzelf als het probleem verholpen is, gecombineerd met goed en vaak legen van de borst. Bij vragen of zorgen is het aan te raden om contact te zoeken met je lactatiekundige, zij kan jou begeleiden zodat je klachten snel minder worden.

Voorbeelden van een melkblaar of een verstopping in een uitgang van een melkkanaaltje zie je hier:

Oproep: Voor onderwijsdoeleinden ben ik op zoek naar duidelijke foto's van een melkblaar, waar je goed het met melk gevulde blaasje op kunt zien. Misschien heb je zelf een melkblaar omdat je dit artikel hebt opgezocht. Zou je een detailfoto willen maken en die mailen naar info@aidulac.nl ? Voor vragen hierover mag je me ook bellen op 015 - 737 02 34 of 06 - 52 43 28 62.

Vasospasme, vaatkramp en Raynaud van de tepels bij borstvoeding

Pijn bij het geven van borstvoeding is iets dat vooral in de beginperiode van borstvoeding geven kan voorkomen. Niet goed aanleggen of een niet optimale houding zijn veel voorkomende oorzaken van pijnlijke of beschadigde tepels.
Spruw is een andere mogelijke oorzaak van pijn en/of tepelproblemen bij borstvoeding.

De pijn die moeders voelen bij vasospasme of vaatkramp is heel heftig. Tijdens het voeden kan het mee vallen. Als de baby los laat na de voeding is de tepel wit. De tepel kleurt blauw of rood en krijgt daarna de normale kleur. Tijdens deze verkleuring ervaart de moeder extreem veel pijn. Moeders herkennen soms deze verkleuring omdat ze het eerder hebben ervaren aan tenen of vingers of dat het in de familie voorkomt.

De verkleuring valt niet altijd op als de borst na de voeding weer bedekt wordt door kleding.
De diagnose wordt gesteld op basis van de verkleuring van de tepels en uitlokken van een reactie op kou. Na een voeding zijn de tepels wit. Koude lokt het wit worden en de pijn uit. Warmte geeft verlichting. De pijn bij vasospasme kan lijken op de pijn die een moeder ervaart die spruw heeft.

Wat verder kan helpen tegen uitlokken van de vaatkramp en verminderen van de pijnklachten:

  • Optimaliseren van het aanleggen en de voedingshouding
  • Drogen en bedekken van de tepels direct na de voeding
  • Opwarmen van de tepels na de voeding met (warmte geeft snelle verlichting van de pijn) of warmte compressen
  • Nemen van een pijnstiller zoals ibuprofen
  • Slikken van vitamine B6 of nifedipine
  • Stoppen met roken
  • Vermijden cafeïne
  • Vermijden van bepaalde medicatie die vaatkramp als bijwerking heeft
  • Wollen zoogcompreseen zijn warm en zacht wat gevoeligheid vermindert

Een andere tip komt uit The Breastfeeding Atlas, fourth edition van Wilson-Clay en Hoover: Sommige vrouwen merken dat ze de vasospasme kunnen stoppen door masseren en samendrukken van de tepelhof richting tepelpunt toe. De bloedstroom en doorbloeding wordt zo actief hersteld waardoor de brandende en pijnlijke sensatie afneemt.

Een te ruime melkproductie in combinatie met een baby die de tepel afklemt, om de melkstroom te reguleren, kan ook vaatkramp uitlokken. Behandelen van teveel melk en verbeteren van het aanleggen geeft vaak snel verbetering van de klachten.

Ook problemen in het nek- of schoudergebied bij de moeder kan pijn bij borstvoeding geven. Behandeling door een fysiotherapeut of manueel therapeut kan de pijnklachten aanzienlijk verminderen.

Voor onderwijsdoeleinden ben ik op zoek naar mooi fotomateriaal, zodat andere zorgverleners dit verschijnsel beter kunnen herkennen. Mocht je last hebben van vaatkramp bij borstvoeding en wil je detailfoto's delen, dan mag je ze mailen naar info@aidulac.nl.

Tips bij borstweigeren

Als een borstgevoede baby (ineens) borstvoeding weigert, is dat voor zowel de baby als de moeder bijzonder stressvol. Vragen als ‘hoe moet het nu met de voeding voor mijn baby’ en ‘is dit het einde van de borstvoedingsperiode’ schieten door je gedachten. Het kan voelen als een persoonlijke afwijzing.

Ongeacht de oorzaak van het probleem zijn moeder en kind van streek. De baby is ongelukkig en moeilijk te troosten. De moeder voelt zich gefrustreerd, bezorgd en mogelijk zelfs schuldig.

Afhankelijk van de leeftijd van de baby zijn verschillende oorzaken mogelijk van borstweigeren. Hieronder volgt een opsomming van mogelijke oorzaken:

  • Pijn bij de baby, zoals na een bevalling met kunstverlossing.
  • Hardhandige hulp bij aanleggen
  • Druk tegen achterhoofd van de baby
  • Kleding of aanraking in het gezicht van de baby
  • Zuigverwarring na gebruik fopspeen of fles
  • Negatieve ervaring in de mond
  • Snelle melkstroom zoals bij het toeschieten van de melk
  • Langzame melkstroom door verminderde melkproductie
  • Problemen in het mondgebied van de baby, aangeboren zoals een te kort tongriempje of later ontstaan
  • Pijn in de mond of keel, zoals bij spruw of een infectie
  • Moeite met ademhalen, zoals bij verkoudheid
  • Oorpijn
  • Tanden krijgen
  • Hormonale veranderingen bij de moeder zoals eisprong, menstruatie of zwangerschap
  • Schrikreactie baby of moeder
  • Vlakke of ingetrokken tepel
  • Ernstige stuwing
  • Geur van deodorant of parfum

Om de melkproductie veilig te stellen kun je melk afkolven in de periode dat de baby de borst weigert. Jouw moedermelk kun je aanbieden op een borstvoeding vriendelijke manier, zoals met een cupje of lepeltje. Dit ter overbrugging van de periode tot de baby weer borstvoeding krijgt.

Wat kun je verder doen als de baby de borst weigert? Hierna volgen een aantal tips die je kunt proberen om de baby weer het vertrouwen te geven om aan borstvoeding te beginnen:

  • Een baby met pijn kan misschien niet op zijn ene zij liggen bij een voeding, maar wil wel een voeding liggend op de andere zij. Mogelijk ervaart hij een meer zittende houding al prettiger.
  • Probeer bij pijn de oorzaak van de pijn te achterhalen of laat de baby onderzoeken door de (huis)arts om pijn als oorzaak van borstweigeren uit te sluiten
  • Kies een rustige omgeving om te voeden als de baby erg snel afgeleid is
  • Vermijd druk op het achterhoofd van de baby en bied steun aan de rest van zijn lichaam
  • Neem zoveel mogelijk momenten van huid-op-huid contact, zelfs als het niet tot borstvoeding komt is het voor moeder en kind ontspannend om zo samen te zijn
  • Zorg voor een goede melkproductie en ondersteun dit door vaak genoeg melk af te kolven
  • Voed de baby net voor hij in slaap valt, tijdens zijn slaap of als hij net aan het wakker worden is
  • Voed eens lopend of met de baby in een draagdoek
  • Zing, praat en streel de baby tijdens de voeding
  • Ga lekker samen in bad of onder de douche
  • Slaap samen met de baby en zorg dat de baby voortdurend bij je in de buurt is
  • Laat je helpen om de baby een goede aanlegtechniek te leren, door bijvoorbeeld een lactatiekundige op consult te laten komen
  • Bij een sterke toeschietreflex is het fijn om de baby in een meer verticale houding of tegen de zwaartekracht te laten drinken
  • Als de baby moeite heeft met een langzame melkstroom, helpt het om per voeding vaker van borst te wisselen en/of borstcompressie toe te passen
  • Heb geduld en vertrouwen in je kindje, het is geen afwijzing naar jou als persoon
  • Probeer te ontspannen als je gaat voeden en met massage en warmte zal je melk beter stromen
  • Oxytocine neusspray kan helpen om makkelijker een toeschietreflex te krijgen
  • Als de baby de borst weigert omdat hij tandjes krijgt kun je hem voor de voeding op iets kouds laten kauwen. Mag hij al bijvoeding, dan is een bevroren korstje brood of koude komkommer verzachtend tegen de pijn.
  • Bij spruw, oorontsteking of verkoudheid kan in overleg met de huisarts behandeling gestart worden, waardoor de baby zich vaak snel weer beter voelt
  • Kijk goed hoe de baby reageert en stop gelijk als hij overstuur raakt
  • Draag de baby zoveel mogelijk bij je in een draagdoek
  • Een ouder kindje kan weer geïnspireerd raken als hij een andere baby ziet die borstvoeding krijgt (tip van een moeder: een Youtube filmpje kan al helpen)
  • Neem zijn lievelingsknuffel aan de borst
  • Draag een speelketting waar de baby tijdens het voeden aan mag zitten en mee kan spelen
  • Kies een houding waarbij de baby zelf de regie heeft over zijn voeding en pas biological nurturing toe

Het overzicht zal ongetwijfeld niet volledig zijn. Raadpleeg bij problemen met borstvoeding of bij borstweigeren de lactatiekundige. De lactatiekundige kan je helpen om je melkproductie veilig te stellen, terwijl ze samen met jou werkt om de baby weer aan de borst te krijgen.

Hoe lang kan ik borstvoeding geven?

Tot ongeveer een half jaar heeft een baby voldoende aan uitsluitend borstvoeding. Vanaf een half jaar wordt bijvoeding geïntroduceerd op geleide van de baby. De baby mag net zoveel vast voedsel nemen als hij wil en mag stoppen als hij niet meer wil. In principe krijgt de baby eerst de borst en daarna pas ander eten aangeboden. Drinken naast borstvoeding is nog niet nodig. De baby kan zelf bepalen hoe vaak en hoe lang hij drinkt voor voldoende vochtinname. Vanaf ongeveer een jaar zal voeding een steeds belangrijkere rol gaan spelen en borstvoeding geleidelijk minder belangrijk/frequent worden.

Het introduceren van bijvoeding is een vorm van spenen of afbouwen, als je het zo zou willen noemen. Een schema is hierbij niet nodig. Het gaat vanzelf als de baby mag aangeven wat hij zelf wil en hoe vaak of lang hij kan drinken.
Sommige baby’s gaan minder vaak drinken als ze ander eten er bij krijgen, zij slaan dan voeding(en) over. Andere baby’s blijven net zo vaak drinken, maar willen dan minder lang aan de borst drinken.

In periodes van ziekte wil hij vaker aan de borst: de perfecte manier om extra antistoffen en voldoende voedingsstoffen binnen te krijgen.
Soms zijn er periodes dat de baby snel afgeleid is, voeden in een rustige omgeving of liggend voeden is dan een goede oplossing.

Een baby die steeds verder de wereld gaat onderzoeken heeft veel aan mama’s melk: de concentratie antistoffen gaat omhoog en zal hem beschermen tegen onbekende ziektekiemen.
Borstvoeding geven aan een dreumes/peuter zijn voor moeder en kind fantastische rust- en genietmomenten.

Het allerbelangrijkste is dat een kind er zo van kan genieten. Voor een peuter die druk bezig is de hele wereld te ontdekken en indrukken te verwerken is er niets fijners dan af en toe bij zijn moeder aan de borst bij te tanken.

Van al die voedingen blijven er steeds minder voedingen over. Soms neemt de moeder hierin de leiding omdat ze graag wat minder vaak wil voeden, soms het kind zelf omdat het zo druk is met de wereld ontdekken of geniet van eten en ander drinken. En zolang moeder en kind het willen, kan het kind aan de borst blijven drinken.

Zowel de WHO als Unicef raden aan om minimaal 2 jaar borstvoeding te geven, waarvan de eerste 6 maanden uitsluitend borstvoeding. Het advies wat vaak gegeven wordt om toch met 4 maanden te starten met bijvoeding is onjuist, het is beter om even te wachten tot je baby er ook echt zelf aan toe is.

Hoe zie je dat je baby honger heeft?

Baby’s geven op verschillende manieren aan of ze willen drinken. Het begint met subtiele signalen. Wanneer jouw reactie daarop uitblijft, zal je baby steeds duidelijker gaan communiceren.

Voedingssignalen zijn onder meer: zuigbeweging met de lipjes, sabbelen op vingers/knuistje, maaien met de armpjes, trappelen met de beentjes, handjes naar het gezicht brengen, hoofdje draaien en/of zoeken met het mondje, mondje gaat open als de lipjes worden aangeraakt, zuigen op speen of duim, smakgeluidjes, onrust. Bij al deze signalen kun je je baby direct aanleggen. Probeer bij vroege hongersignalen de borst aan te bieden, ongeveer iedere 1-3 uur.

In de eerste dagen komt dat gewoonlijk neer op voeden tijdens ieder wakker moment van je baby. Huilen is een laat hongersignaal. Als je wacht met voeden tot je baby huilt zal het lastiger zijn om hem aan te leggen. Door het huilen raakt hij bovendien vermoeid, waardoor hij de borst mogelijk minder goed leegt.

Als je baby erg slaperig is, kun je hem wekken uit ondiepe slaap, wat je herkent aan oogbewegingen onder de oogleden en bewegingen in de slaap. Als je baby dicht bij je in de buurt is, kun je dit sneller herkennen.

Als je baby en jij in dezelfde ruimte verblijven (rooming-in) bevordert dit dan ook het op gang brengen van de borstvoeding. Samen zijn helpt bij het tot stand komen van de moeder-kindbinding. Je leert je baby sneller kennen en kan makkelijker ingaan op zijn behoeften door hem op verzoek te voeden.

Wat kan ik doen als borstvoeding pijn doet en tepelkloven?

Pijn bij het voeden is iets waar veel moeders zich tijdens de zwangerschap zorgen over maken. Verhalen van andere moeders kunnen bij voorbaat al zorgen dat je niet eens aan borstvoeding wilt beginnen. Met goede voorbereiding kunnen veel problemen echter worden voorkomen. Door je tijdens je zwangerschap te verdiepen in borstvoeding door een cursus te volgen en er over te lezen, weet je wat je kunt verwachten en waar je op moet letten. Als er dan toch problemen ontstaan kun je die tijdig herkennen en maatregelen nemen.

Sommige moeders ervaren de eerste dagen na de bevalling enige gevoeligheid van de tepels bij het aanhappen en aanzuigen. Het is een bakerpraatje dat pijn bij voeden hoort of dat je door de pijn heen moet.

Aanwijzingen dat er meer aan de hand is dan tijdelijk gevoelige tepels zijn:

  • Voedingen uitstellen vanwege pijn
  • Pijn die blijft bestaan na het aanhappen
  • Brandend gevoel tussen voedingen in
  • Tepel in de vorm van een lippenstift zodra de baby je tepel los laat
  • Vouw of streep over tepel
  • Wit of paars verkleuring van de tepel na de voeding
  • Beschadigde tepels of tepelkloofjes
  • Bloedende tepels
  • Borstvoeding komt niet goed op gang en/of de baby groeit niet goed
  • Het is belangrijk om snel maatregelen te nemen als je een of meer van deze aanwijzingen herkent
    Pijn bij borstvoeding kent verschillende oorzaken: 
  • Aanleggen en/of voedingshouding met onjuiste positionering
  • Anatomie van de baby, zoals een kort tongriempje of lipbandje wat vaak samen gaat met een kleine kin en een hoog gehemelte
  • Stuwing van de borst
  • Infectie (schimmel of bacterie)
  • Vasospasme of fenomeen van Raynaud
  • Verstopt melkkanaaltje of borstonsteking
  • Melkblaar
  • Uitslag, eczeem of psoriasis
  • Verkeerd gebruik van een tepelhoedje
  • Te smalle kolftrechter en/of verkeerd gebruik van een borstkolf
  • Baby klemt met de kaken bij te kleine aanhap of om de melkstroom te reguleren
  • Grote tepels in combinatie van een kleine baby
  • Ingetrokken tepels

Als je de oorzaak kent kun je het probleem oplossen, waardoor je tepels snel herstellen, pijn klachten afnemen en je door kunt gaan met de borstvoeding.

Een veel voorkomende oorzaak van pijn bij borstvoeding is niet helemaal goed aanleggen. De eerste aanpak van pijn bij voeden of schade aan de tepels is controleren van het aanleggen en eventueel verbeteren. Als de baby een grotere hap maakt aan de borst zal de pijn minder zijn. Bijkomend voordeel is dat de baby meer melk binnen krijgt en de borst na een voeding leger aanvoelt.

Het is belangrijk te letten op de voedingssignalen van de baby. Aanleggen van een huilende baby valt niet mee. Bij huilen is de positie van de tong achter in de mond, terwijl de tong bij borstvoeding onder in de mond zit en over de onderkaak uitsteekt. Vroege signalen zijn bijvoorbeeld smakken en zoeken. Bijkomend voordeel is dat de baby rustig is. Hij is bereid om het nog eens te proberen als het niet in één keer goed lukt.
Huid op huid contact en de baby zelf laten zoeken naar de borst zorgen ervoor dat de natuurlijke reflexen hun werk kunnen doen. Dit zal de baby helpen om zijn techniek aan de borst te verbeteren.

Veranderen van voedingshouding kan helpen. Bij liggend voeden is het voor veel moeders lastig om de baby te sturen en overzicht te hebben. Overgaan naar een meer zittende houding geeft je de kans om de baby meer te sturen naar de borst. De borst aanreiken en wat vormen maakt dat hij makkelijker de hap kan maken.
Een kussen om je arm tijdens het voeden te ondersteunen kan prettig zijn. Kussens zijn echter niet bedoeld om de baby op te leggen en daarna naar de borst te brengen. De kans is dan groot dat de baby van de borst af glijdt met kans op tepelschade.

Als de pijn aan de ene borst minder is dan aan de andere borst is het fijn om met de minst pijnlijke kant te beginnen met de voeding. Voedingen uitstellen werkt averechts omdat de borsten vol raken met melk waardoor de baby nog meer moeite zal hebben met de voedingen en doordat een hongerige baby mogelijk te gretig en niet altijd even zorgvuldig aan hapt. Warme compressen helpen voor een betere toeschietreflex waardoor de baby minder moeite hoeft te doen.
Als de voedingen te pijnlijk zijn kan het prettig zijn om tijdelijk moedermelk af te kolven en de baby op een borstvoedingvriendelijke manier te voeden tot de schade hersteld is.

Je beschadigde tepels na de borstvoeding afspoelen met water vermindert de kans op infecties. Een zalf op basis van lanoline (Purelan) of een hydrogel wondverband (Rite Aid) geeft verlichting van de pijn. Vermijd vochtige zoogcompressen, omdat die de huid week maken.
Lanoline of hydrogel wondverband maakt vochtige wondgenezing mogelijk, waardoor de huid zich sneller herstelt en de infectiekans afneemt.

Borstvoeding, kolven en een baan, hoe pak ik dat aan?

Weer aan het werk gaan is voor veel moeders een belangrijke reden om snel weer te stoppen met borstvoeding of om er zelfs helemaal niet aan te beginnen.
Al duizenden jaren echter combineren vrouwen moederschap, borstvoeding en werken. Zelfs als je niet in de buurt van je baby bent kun je doorgaan met het geven van borstvoeding.

Hier volgt een reeks praktische tips die je kunnen helpen om borstvoeding te blijven geven als je weer aan het werk gaat:

  • Praat al tijdens je zwangerschap met je werkgever over je plannen om borstvoeding en een baan te combineren, bij wet is geregeld dat je de eerste negen maanden een kwart van je werktijd mag besteden aan borstvoeding of afkolven van moedermelk
  • Regel in overleg met je werkgever een comfortabele, schone kamer met voldoende privacy voor het afkolven van moedermelk, bij wet is geregeld dat een werkgever waar nodig een geschikte ruimte beschikbaar moet stellen
  • Bekijk samen met je werkgever de mogelijkheden om eventueel je verlof te verlengen
  • Gebruik een deel van je kolfrecht aan het begin en/of eind van de werkdag om thuis te voeden
  • Werk de eerste periode na je verlof parttime, halve dagen of om de dag, zodat jij en je baby niet te lang van elkaar gescheiden zijn
  • Plan je eerste werkdag na je verlof aan het einde van de week op donderdag of vrijdag zodat je daarna gelijk weer een paar dagen vrij bent
  • Wees creatief en denk in mogelijkheden. Zo is er voor zelfstandig ondernemers niets geregeld, toch zijn er wel mogelijkheden zoals afkolven direct voor je werkdag en in je middagpauze

Er zijn verschillende mogelijkheden om je baby te voeden tijdens je werkdag:

  • Moedermelk wordt meestal met een fles gegeven. Overweeg ook andere opties zoals voeden met een cupje of bekertje. Kijk ook naar tips bij flesweigeren
  • Je oppas brengt je baby langs op het werk, zodat je zelf kunt voeden
  • Je gaat in je (lunch)pauze naar je baby toe om te voeden
  • Sommige baby’s drinken heel weinig als ze niet samen met hun moeder zijn, maar halen dat ’s avonds en ’s nachts weer in
  • Je gaat pas weer werken als je baby vaste voeding eet en overdag niet meer afhankelijk is van borstvoeding

Hoe kun je een voorraad moedermelk opbouwen?

  • Ga oefenen met afkolven van moedermelk, vaak gebruiken moeders hiervoor een kolfapparaat
  • Leer ook afkolven met de hand voor noodgevallen
  • Begin met het aanleggen van een voorraadje moedermelk als borstvoeding goed loopt, vaak is dat tussen 4-6 weken
  • Begin vanaf 4-6 weken te oefenen met het geven van een fles aan je baby. Oefen 3-4 keer per week met 20 cc per keer in de fles. Voorwaarde is wel dat je baby een goede techniek heeft aan de borst en borstvoeding lekker loopt
  • Kolf af in de ochtend, dat vinden veel moeders vaak het makkelijkst
  • Maak porties van verschillende groottes, zodat je makkelijk een passende hoeveelheid moedermelk kunt klaarmaken
  • Moedermelk kun je veilig bewaren in flesjes of speciale moedermelkbewaarzakjes.
  • In de koelkast thuis kun je afgekolfde melk, mits direct gekoeld, tot 7 dagen bewaren
  • In een goede vriezer (***) kun je moedermelk een half jaar bewaren
  • Plak of schrijf op porties moedermelk: de naam van je baby, datum afkolven, hoeveelheid afgekolfde moedermelk
  • Werk volgens het FIFO principe: First in=First out, gebruik de oudste melk als eerste

Wat regel je met de oppas/opvang van je baby?

  • Praat met degene die op je baby gaat passen over het feit dat jouw baby borstvoeding krijgt
  • Geef een lijst met instructies voor het bewaren van en het voeden met moedermelk
  • Maak gebruik van een aantal korte wenmomenten voor je weer aan het werk gaat
  • Bereken hoeveel moedermelk je baby ongeveer nodig zal hebben met het volgende sommetje: 150 cc x lichaamsgewicht baby in kg gedeeld door het aantal voedingen. Dit is een richtlijn, de praktijk zal leren wat een handige hoeveelheid is. Het is beter om wat vaker een kleine hoeveelheid moedermelk aan te bieden dan een paar keer een grote volle fles
  • Bespreek de voedings- en slaapsignalen van je baby
  • Houd een aantal dagen een dagboekje bij over voedings- en slaaptijden van je baby. Dit kan een leidraad zijn voor je oppas die hierdoor makkelijker de signalen van je baby leert kennen
  • Voed nog even zelf bij de oppas voor je naar je werk gaat
  • Voed bij het ophalen direct weer. Spreek af dat de oppas even overlegt over het tijdstip van de laatste voeding, zodat je baby geen voeding krijgt vlak voor je hem komt ophalen
  • Overweeg een fopspeen voor je baby tijdens je afwezigheid, sommige baby’s hebben moeite met het bevredigen van hun zuigbehoefte als ze een fles krijgen
  • Maak het de oppas makkelijk en zorg voor afgepaste voedingen
  • Leg bij de oppas een aantal extra voedingen in de vriezer, voor het geval er iets omvalt of je baby een extra voeding nodig heeft

Hoe pak je het aan op je werk?

  • Ga alvast een keer zonder baby naar je werk om de kolfruimte te bekijken en probeer of de ruimte je bevalt
  • Kolf net zo vaak af als dat je normaal gesproken zou voeden, op een werkdag van acht uur komt dat vaak neer op drie kolfsessies
  • Gebruik je pauzes als ook echt als pauze en rustmoment, hier heb je recht op en je kolfrecht staat daar los van
  • Handsfree afkolven kan handig zijn
  • Draag zoogkompressen om doorlekken van melk te voorkomen
  • Bewaar je afgekolfde melk in een koelkast. Wil je je moedermelk discreet bewaren, dan kun je de flesjes in een tasje of afsluitbaar doosje in de koelkast zetten
  • Mocht je op je werk geen koelkast hebben, dan kun je moedermelk overdag in een koeltas of –box met diepvrieselementen bewaren
  • Gebruik een koeltasje met diepvrieselementen om moedermelk gekoeld te vervoeren
  • Kolf liever vaker kort af dan een minder vaak een lange kolfsessie
  • Maak gebruik van huidcontact bij het afkolven. Uit onderzoek bij moeders van prematuur geboren baby’s is gebleken dat een combinatie van afkolven met de hand en met een kolfapparaat heel effectief is. Je kunt je voorstellen dat huidcontact, masseren en aanraken van je borsten voor je gaat kolven met een kolfapparaat ook op je werk stimulerend werkt
  • Plan, als het lukt, geen stressvolle of ingewikkelde zaken direct voor of na je kolfsessie
  • Zie het afkolven als rustmoment tijdens drukke werkdagen, lekker even niets hoeven
  • Wees realistisch, sommige moeders geven af en toe kunstvoeding naast borstvoeding en afgekolfde moedermelk omdat ze het anders niet redden
  • Als je niet genoeg melk kunt afkolven of tegen problemen met de borstvoeding aan loopt: overleg dan met je lactatiekundige

Andere tips om het afkolven effectiever te maken:

  • Drink voor je gaat afkolven iets warms
  • Zorg dat de ruimte goed verwarmd is en/of gebruik een extra vest of omslagdoek
  • Zorg dat je niet gestoord kan worden door een slot(je) op de deur en een deurhanger
  • Maak je hoofd leeg en denk aan je baby
  • Maak een afkolfritueel en doe alles steeds op dezelfde volgorde
  • Gebruik warme kompressen of handenwarmers op je borsten voor een betere melkstroom
  • Masseer je borsten voor een snellere toeschietreflex
  • Spoel je kolf af met warm water, met warme borstschilden zul je efficiënter en effectiever kunnen afkolven
  • Ruik aan een kledingstuk van je baby of kijk naar een filmpje van je baby
  • Zoek (geen) afleiding tijdens het afkolven
  • Kijk (niet) naar de cc’s moedermelk in de kolfflesjes
  • Kolf af met een dubbelzijdige elektrische borstkolf, hoewel er moeders zijn die het prettiger vinden om met de hand of een handkolf te werken
  • Vraag je huisarts om oxytocine neusspray zodat je makkelijker een toeschietreflex kunt krijgen

Als je deze lijstjes met tips en trics, do’s en dont's hebt gelezen denk je misschien: Mijn hemel, borstvoeding en een baan combineren? Dat ga ik niet redden! Waarom zoveel moeite doen?
Je kunt de extra inspanning van voeden combineren met werk zien als investering. Als je borstvoeding geeft aan je baby en dat loopt prima, dan is er immers geen echte reden om te stoppen. Met jouw afgekolfde moedermelk kun je je baby zelfs op de momenten dat je er niet bent voorzien van jouw vloeibare moederliefde. Iets dat alleen jij en niemand anders kan geven. Tegenover de moeite van het afkolven staan al die andere voedingen die je gewoon zelf aan de borst kunt geven. Wat is er heerlijker na een dag hard werken thuis te komen bij je baby, die al aan de borst ligt voor je goed en wel je jas uit hebt?

Valt de combinatie van een baby, borstvoeding en een baan je zwaar? Zoek gerust steun bij je lactatiekundige.

Hoe ziet moedermelk er uit?

Moedermelk ziet er heel anders uit dan koemelk uit een pak. De kleur zegt niets over de kwaliteit van moedermelk. Moedermelk is altijd goed van samenstelling en voedingswaarde.

De eerste melk die je borsten maken wordt colostrum genoemd.

Colostrum is geel, soms wit of helder. Deze melk is erg belangrijk voor de baby omdat het zoveel antistoffen bevat en licht verteerbaar is. Het werkt laxerend waardoor je baby zijn eerste ontlasting sneller kwijt kan raken. Dit vermindert de kans op geel zien. Vergeleken met rijpe moedermelk bevat colostrum meer eiwitten en mineralen, minder koolhydraten en vet. De hoeveelheid antistoffen blijft relatief constant gedurende de borstvoedingsperiode, ongeacht de hoeveelheid melk die de moeder maakt.

Tussen de derde en vijfde dag komt de melkproductie op gang. De borsten kunnen gestuwd zijn door toegenomen doorbloeding en toename van lymfevocht. Colostrum gaat vanaf dan geleidelijk over in rijpe moedermelk en de hoeveelheid melk neemt toe. Rijpe moedermelk bevat net als colostrum alle voedingsstoffen, enzymen, (groei)hormonen en beschermende stoffen aangepast aan de behoefte van je baby. Aan het begin van de voeding ziet melk er vaak waterig en blauwachtig uit. Aan het einde van een voeding is de melk romiger van kleur.

Gedurende de gehele periode van borstvoeding blijft de melk zich aanpassen aan de behoeftes van de baby.

Heel soms komt het voor dat iets uit de voeding van de moeder de kleur van de melk beinvloedt. Bijvoorbeeld na het eten van bietjes of het eten van bepaalde zeewieren. Bij sommige moeders heeft de melk de eerste dagen een bloederige, bruinige of grijsgroene kleur. Dit wordt het rusty pipe syndroom genoemd en is onschuldig. De baby kan deze melk zonder problemen drinken.

Wat kan ik doen bij teveel melkproductie?

Regelmatig kom ik in de praktijk moeders tegen die meer melk produceren dan hun baby op dat moment nodig heeft.

Het onrustige gedrag dat de baby vertoont bij te veel melk kan moeders het gevoel geven dat ze juist te weinig melk hebben. De baby huilt veel en vraagt erg vaak om een voeding. Hij is onrustig aan de borst, heeft moeite met de hoeveelheid melk, kan spugen of reflux klachten hebben, huilt veel, heeft overvloedige plas en poepluiers, groeit enorm hard of juist heel weinig. Weinig groeien met onrustig gedrag kan verkeerd geïnterpreteerd worden waarbij juist gedacht wordt aan te weinig melk. Een bijkomend probleem is dat deze baby’s een slechte techniek van drinken aan de borst ontwikkelen.

Daarnaast kunnen deze moeders zelf flinke klachten hebben, zoals overvolle borsten met veel melk lekken tot herhaaldelijke borstontstekingen aan toe. Het klinkt als een luxe probleem, maar borstvoeding kan ernstig belemmerd worden door een teveel aan melk.

Over behandeling van te weinig melk is veel bekend. Een te hoge melkproductie, wat zowel bij moeder als kind voor problemen kan zorgen, is nauwelijks onderzocht ondanks dat het nadelige gevolgen kan hebben voor de borstvoedingsperiode.

Moeders krijgen vaak adviezen in de vorm van tijd rekken tussen voedingen of een beetje melk afkolven voor een voeding. Dit lost het probleem niet op en maakt het vaak zelfs erger omdat de moeder met overvolle borsten blijft zitten en de baby meer huilt omdat hij minder voedingen krijgt. Een andere optie is om een borst per voeding te geven wat vaak problemen oplevert bij de overvolle borst die niet gegeven wordt bij de betreffende voeding.

Een voedingshouding kiezen waarbij de baby meer rechtop zit of zelfs tegen de zwaartekracht in drinkt kan hem helpen om beter om te gaan met de melkstroom.

Een gebruikelijke behandeling is een combinatie van opties: beide borsten zo goed mogelijk leegkolven, beide borsten worden aangeboden bij de eerstvolgende voeding, vervolgens overgaan op blokvoeden waarbij een borst per tijdsblok gegeven wordt. De baby wordt op verzoek gevoed en het kan voor komen dat de baby dezelfde borst meerdere keren binnen het tijdsblok kan krijgen als hij dat wil.
In de prakijk blijkt dit ook niet altijd te werken. Soms is het beter om toch beide borsten aan te bieden per voeding, waarbij je kindje in feite alleen de grootste druk wegdrinkt. Hierbij let je echt goed op de signalen van je kindje.
Omdat strikt blokvoeden op lange termijn nadelig kan zijn voor je melkproductie, is het aan te raden om dit samen met een lactatiekundige aan te pakken. Andere oorzaken zoals niet optimaal drinkgedrag of een korte tongriem moeten worden uitgesloten.

Tips bij borstvoeding geven in het openbaar

Ongetwijfeld zijn de eerste uitstapjes met je pasgeboren baby van korte duur. Je kunt het waarschijnlijk zo plannen dat je weer thuis bent tegen de tijd dat je baby honger krijgt. Vanzelf komt het moment dat je verder weg gaat en langer van huis bent. De eerste keer kan dat best spannend zijn. Zul je het halen om voor de volgende voeding weer thuis te zijn? Zo niet, lukt het aanleggen wel of zal er niet iemand iets van zeggen dat je borstvoeding geeft buitenshuis?

De praktijk leert dat het eigenlijk helemaal niet zo opvalt als een moeder in het openbaar aan het voeden is. Hooguit denken omstanders dat de moeder een heerlijk rustig slapende baby tegen zich aan heeft.

Om de drempel voor borstvoeding in het openbaar en onderweg wat lager te maken, heb ik wat tips voor je op een rijtje gezet:

  • Oefen eerst thuis voor de spiegel, dan merk je dat je eigenlijk helemaal niet zoveel bloot ziet
  • Oefen in rustige omgeving, zoals bankje in een park, om ervaring op te doen
  • Draag een hemdje onder je shirt, in dezelfde kleur, omdat het ene laagje naar beneden schuift en het andere omhoog heb je een discrete voedingsopening
  • Draag een buikband zodat je geen blote buik hebt als je je shirt omhoog schuift voor het voeden
  • Let op de vroege hongersignalen, als je baby niet al te hongerig is zal hij rustiger aanhappen zonder dat iedereen gealarmeerd is door jouw huilende baby
  • Zit met je rug naar omstanders, mocht je in een restaurant zitten
  • Ga terug naar je auto om rustig te kunnen voeden
  • Gebruik een sjaal of draagdoek voor wat privacy
  • Draag borstvoedingskleding
  • Draag een los jasje, vestje of bloesje
  • Maak je bloes of vest van onderaf open
  • Vraag in grotere winkels of pretparken naar een speciale voedingsruimte
  • Kijk bij het borstvoeding geven in het openbaar alsof het de normaalste zaak van de wereld is

Heb je toch je twijfels, zoek je steun of wil je ervaringen uitwisselen? Je lactatiekundige kan je helpen met handige tips en hulp bij het aanleggen.

Prolactine en oxytocine, hormonen bij borstvoeding

Na de geboorte van de baby dalen de zwangerschapshormonen waardoor prolactine actief wordt en de melkproductie op gang komt.
Wanneer de baby aan de borst drinkt, masseert hij met tong en kaken moedermelk uit de melkkanalen direct achter de tepelhof. Tegelijkertijd stimuleert hij zenuwuiteinden in de tepel en tepelhof, die een signaal doorgeven aan de hersenen. Daar worden twee hormonen afgescheiden door de hypofyse: oxytocine en prolactine.

De melkkliercellen maken gebruik van speciale receptoren voor prolactine. Hoe vaker je in het begin aanlegt, hoe beter je basis is voor later in je borstvoedingsperiode.
De piek aan prolactine na het voeden stimuleert de melkkliertjes om in hoog tempo moedermelk aan te maken. Na een voeding gaan ze daar in lager tempo mee door. Zo is bij de volgende voeding al direct melk beschikbaar. Hoe leger de borst, hoe sneller er weer moedermelk wordt aangemaakt

De melkproducerende cellen halen alle stoffen die ze nodig hebben uit het bloed van de moeder.
Prolactine beïnvloedt het gedrag van moeders: het dempt angst en bezorgdheid. Het maakt moeders onverschrokken en agressief tegen indringers, dit is het sterkst in de eerste dagen na de bevalling. Het geeft het moedergevoel en maakt het moederdier in je los. Het maakt je sensitief naar je kindje toe.

Oxytocine zorgt ervoor dat de kleine spiertjes rondom de melkkliertjes en melkkanalen zich samentrekken, waardoor de moedermelk vanuit de melkkliertjes door de melkkanalen naar de tepeluitgangen gestuwd en komt zo beschikbaar voor de baby. Dit heet de toeschietreflex. Je merkt dat de baby klokkend gaat drinken omdat er ineens veel melk komt. Zelf voel je soms een prikkend, tintelend of kort pijnlijk gevoel in je borsten. Naarmate de voeding langer duurt gaat de baby vaker zuigen en minder vaak slikken. Als de melk opnieuw toeschiet hervat hij het actieve drinkpatroon.
Van oxytocine is bekend dat het geheugen en leervaardigheid ondersteunt. Oxytocine brengt moederschap op gang, smeedt sociale banden en speelt een zeer belangrijke rol in de hechting tussen moeder en kind. Borstvoeding geven is een bijzonder efficiënte manier om tot rust te komen, moeders reageren minder op stress en zijn opener.
Natuurlijk bevallen en borstvoeding geven bevorderen de werking van oxytocine, net als massages en huidcontact bij knuffelen.

Hoe vaak en lang geef je borstvoeding?

Voor een optimale start van borstvoeding is naast goed aanleggen ook vaak aanleggen belangrijk. Vaak aanleggen, acht tot twaalf keer per 24 uur beide borsten aanbieden, zorgt dat de baby snel en goed aan de borst leert drinken. Hij zal niet veel afvallen en snel weer op zijn geboortegewicht zijn. Vaak aanleggen komt neer op ieder wakker moment proberen of je baby de borst wil.

Een pasgeboren baby heeft een klein maagje. Kleine frequente voedingen zorgen ervoor dat hij binnen krijgt wat hij nodig heeft. Daarnaast zal hij zijn eerste ontlasting (meconium) snel kwijt raken, waardoor de kans op geelzucht afneemt.

Voor jou zelf betekent vaak aanleggen dat je minder kans hebt op stuwing en dat je baarmoeder sneller de oorspronkelijke grootte aanneemt. Met frequent voeden in de eerste periode leg je een goede basis voor je latere borstvoedingsperiode.

Hoe vaak en hoe lang een moeder voedt, is individueel bepaald. Er zijn moeders die per keer veel melk geven, die kunnen per dag toe met minder voedingen. Andere moeders geven per keer minder melk en zullen daarom per dag wat vaker moeten voeden. Uit onderzoek is gebleken dat deze moeders per 24 uur uiteindelijk net zo lang voeden: minder vaak en lang, vaker en kort.

De eerste weken drinkt een baby zo’n 8 tot 12 keer per 24 uur. Sommige baby’s kunnen toe met minder vaak, veel baby’s houden echter van kleine en frequente voedingen.

In principe geef je een borst tot de baby niet meer slikt, daarna biedt je de tweede borst aan. In het begin verschoon je vaak tussen twee borsten. De volgende voeding geef je de laatste borst als eerste. Houdt er rekening meer dat sommige baby's snel klaar zijn en andere baby's het fijn vinden om lang te drinken.

Wat doe ik bij een verstopping of borstontsteking?

Een van de eerste dingen die een moeder merkt bij een verstopping is een beurs gevoel in de borst. Een verstopping kan op verschillende plaatsen zitten, maar komt vaker voor in het buitenste en bovenste deel van de borst. Een harde plek is voelbaar afhankelijk van hoe diep de verstopping zit. Roodheid en warmte komen voor. Een verstopping die niet verholpen wordt kan tot een borstontsteking leiden. Hierbij voelt de moeder zich beroerd met hoge koorts. Het voeden kan heel pijnlijk zijn als de aangedane plek in de buurt van de tepel zit.

Frequent voeden, de pijnlijke borst steeds als eerste geven, warmte voor de voeding en koelen na de voeding, massage, verbeteren van het aanleggen en rust helpen bij het verhelpen van de verstopping of ontsteking. Een voedingshouding waarbij de kin van het kindje richting de harde plek wijst maakt dat de harde plek net iets beter leeg gedronken wordt. Of laat de zwaartekracht een handje helpen: leg je kindje op zijn rug op bed en ga er zelf op ellebogen en knieën boven hangen.

Probeer uit te zoeken wat de achterliggende reden is van je verstopping of ontsteking: spruw, ontstoken kloofje, voedingen over geslagen, niet goed aanleggen, te kort tongriempje, kledingstuk of draagdoek die je borst afklemt enzovoort.

Als er sprake is van koorts die langer dan 24 uur aanhoudt of verergering van de klachten, is het aan te raden om contact te nemen met de huisarts voor verdere behandeling.
Bij twijfel of veranderingen in de borsten die er eerder niet waren is het altijd goed om dit door een arts te laten controleren.

Als je te maken hebt met een verstopping of borstonsteking is het verstandig om even te overleggen. Vaak is het probleem snel op te lossen met de juiste tips.

Hoe weet ik of mijn baby genoeg binnenkrijgt?

Veel baby’s vallen wat af na de geboorte. Een baby die minder dan 7% afvalt, na dag 3 niet verder afvalt, in gewicht toeneemt vanaf dag 5 (20-35 gram/dag gemeten vanaf het laagste gewicht) en terug is op zijn geboortegewicht op dag 10-14 krijgt genoeg voeding binnen.

Het aantal plas en poepluiers geven ook een indicatie of een baby genoeg voeding krijgt.

De eerste ontlasting, meconium, is zwart en kleverig. Naarmate de melkproductie goed op gang komt, verandert de ontlasting van kleur en samenstelling. Na 3 tot 4 dagen is de ontlasting geel, zacht en vormloos geworden. Een baby jonger dan 6 weken krijgt genoeg voedingsstoffen binnen als hij minstens 2 tot 5 keer ontlasting per 24 uur heeft. Geen of weinig ontlasting is een signaal voor onvoldoende energie-inname. Daarnaast zijn ook de plasluiers van belang.

In de eerste dagen na de geboorte plast een baby die alleen colostrum krijgt 1 of 2 luiers per dag nat. Als de melkproductie op dag 3 of 4 op gang komt, zou de baby 6 tot 8 natte katoenen luiers of 5 tot 6 wegwerpluiers per 24 uur moeten hebben. Urine hoort licht van kleur te zijn en mild te ruiken. 

Wanneer mag je een speen of fles geven naast borstvoeding?

Bij zuigen op speen of aan de fles gebruikt een baby een andere techniek dan aan de borst.
De melk uit de fles stroomt vaak sneller dan het uit de borst komt, dat kan flow verwarring geven. Een speen is hard met een duidelijke prikkel tot zuigen, je borst voelt zacht en komt alleen bij een goede hap ver in het mondje. Sommige baby’s weten niet meer hoe ze aan de borst moet drinken als ze (vaak) de fles krijgen. Hij kan problemen krijgen met aanhappen of niet genoeg melk uit de borst halen.

Een fopspeen geven beperkt de tijd die een baby doorbrengt aan de borst. Hij zal daardoor vaak minder melk drinken dan hij nodig heeft. Dit is nadelig voor zijn groei en je melkproductie. Als een baby veel zuigbehoefte heeft kun je de leegste borst aanbieden. Zeker in de kraamweek is het beter om geen speen te geven. Als je baby een paar weken is, dan kun je een speentje bij veel zuigbehoefte overwegen.

Na vijf tot zes weken en als borstvoeding goed loopt kun je wel beginnen met oefenen met de fles.

Wanneer en hoe begint mijn baby met vaste voeding?

De eerste zes maanden heeft een baby alleen moedermelk nodig. Hoe kun je zien of je kindje toe is aan vaste voeding?

  • Hij heeft interesse voor vast voedsel en probeert bijvoorbeeld eten te ‘pikken’ van je bord
  • Het afnemen van de kokhalsreflex (voorkomt verslikken). Bij jonge baby's bevindt zich de kokhalsreflex voor in de mond. Op het moment dat er vaste voeding in zijn mondje wordt gestopt, reageert hij door dit eruit te duwen in plaats van het door te slikken. Een baby is toe aan vaste voeding als hij de voeding makkelijk doorslikt en het kokhalsreflex is afgenomen
  • Hij kan rechtop zitten
  • Bereidheid om te kauwen
  • Dingen kunnen oppakken en gericht in zijn mond stoppen
  • Vaker aan de borst willen drinken terwijl het kindje niet ziek is of last heeft van doorkomende tanden

Als een kindje nog niet aan vaste voeding toe is zal hij het laten merken door zijn hoofdje af te wenden, niet willen happen van een lepeltje, zijn mondje stijf dichthouden of eten uitspugen.

Niet doorslapen en een afvlakkende groeicurve rond 4-5 maanden is geen reden om eerder te starten met bijvoeding.

Borstvoeding zou de belangrijkste voedingsbron gedurende het eerste levensjaar moeten zijn. Geleidelijk aan neemt de behoefte aan vast voedsel toe en zal de hoeveelheid borstvoeding afnemen. In het tweede levensjaar zal het grootste deel van de voedingsbehoefte worden voorzien door vaste voeding.

Ook bij bijvoeding blijft de baby de leiding houden. Als ouder bepaal je uiteindelijk wel wat er op tafel komt: het liefst zo gezond mogelijk. Maar de baby mag zelf bepalen wat hij daarvan op eet en hoeveel hij er van wil eten.

Het beste moment om met de eerste hapjes te beginnen is nadat de grootste honger aan de borst is gestild. Als hij honger heeft zal hij niet in zijn voor iets nieuws.
De baby kan op schoot zitten of (met steun) in de kinderstoel. Hij kan wat likken van de vinger van de moeder of van een lepeltje. Maar het aanbieden van een gekookt worteltje of ander stukje groente of zacht fruit kan ook, omdat de baby het dan zelf kan pakken en met zijn mondje verkennen.
Het leukste is om als gezin met zijn allen te eten. Gezellig en erg motiverend voor startende etertjes. De nadruk moet in het begin liggen op kennismaken met vast voedsel.
Als hij geen interesse meer heeft kan hij weer verder drinken aan de borst.

Wat is een normaal borstvoedingspatroon?

Na de eerste heldere en wakkere uren, als je baby net is geboren, zal je baby een aantal uren slapen. Daarna is je baby weer meer alert en wisselen voedingsmomenten en korte slaapperiodes elkaar af. Voedingen zijn niet evenredig verdeeld over de dag. Je baby lijkt soms niet genoeg te hebben aan borstvoeding. Wat hij dan eigenlijk doet is een serie van kleinere voedingen tot zich nemen. Hierna volgt weer een langere periode van slapen. Een serie voedingen wordt clustervoeden genoemd. Dit is een normaal borstvoedingspatroon. Probeer zelf je rust te nemen op de momenten dat je baby wat langer slaapt.

Het drinkgedrag kan per voeding en per dag verschillen. Clustervoeden komt vaak voor in de eerste maanden: een periode van de dag, vaak de avond, wil de baby meerdere voedingen kort na elkaar om vervolgens een langere periode te slapen. Geen duidelijk ritme, onregelmatige voedingen en slaapjes zijn heel normaal.

Regeldagen zijn dagen dat het lijkt dat je baby niet genoeg heeft aan je melk. De baby is ongedurig, huilerig en wil veel vaker de borst of van borst wisselen dan normaal. Vaak valt dit samen met een groeispurt bij de baby of na een periode van minder rust bij jezelf. Er aan toe geven en ingaan op de behoefte van je baby in combinatie van wat extra rustmomenten zal zorgen dat je baby snel meer melk heeft wat past bij zijn nieuwe energiebehoefte.

Nachtvoedingen horen er bij. Baby’s groeien spectaculair (geboortegewicht verdubbeld in 6 maanden en verdriedubbeld in 12 maanden) en hebben voedingen in de nacht gewoon nodig. Het voordeel is wel dat prolactine van nature in de nacht hoger is en dat nachtvoedingen een positief effect hebben op de productie.

Wat is stuwing en wat doe ik er aan?

Bij stuwing is de borst gespannen en vol. De huid staat strak en is doorzichtig. Stuwing is pijnlijk en de melkstroom kan in gevaar zijn. De tepels komen vlakker op de borst te liggen. Hierdoor kan de baby de borst moeilijker in de mond nemen wat pijnlijke tepels veroorzaakt. Het goede nieuws van stuwing is dat je melkproductie nu goed op gang komt!

De kans op stuwing in de kraamweek wordt verminderd door minimaal 8-12 keer per dag aan te leggen in de eerste dagen met aandacht voor een juiste aanlegtechniek. Als de borsten toch vol en hard worden kunnen ze zachter gemaakt worden door voor een voeding wat melk uit de borsten te masseren of af te kolven. Warmte voor het voeden kan de melkstroom bevorderen, koelen na de voeding voelt vaak prettig aan en geeft vermindering van de zwelling.

Moeders melden vaak dat stuwing minder vervelend is als de borsten na de voeding bedekt worden met gekneusde koolbladeren. Een lichte massage van de borsten helpt voor een betere toeschietreflex. Met de hand wat moedermelk afkolven maakt de tepel en tepelhof zachter, zodat de baby beter kan aanhappen.
Vaak voeden, minimaal iedere 2-3 uur, laat stuwing meestal binnen 12-24 uur verdwijnen.
Als de baby stuwing niet weg kan drinken, kan het afkolven van beide borsten verlichting geven.

Hoe weet ik of mijn medicijnen veilig zijn als ik borstvoeding geef?

Geef je borstvoeding en is het nodig dat je medicijnen gebruikt? Het kan gaan om vrij verkrijgbare medicijen en/of door je arts voor geschreven medicatie.
Je kunt zorgen hebben of je medicijngebruik wel samen gaat met het voeden van je kindje. Daarnaast kan het zijn dat het je afgeraden wordt om door te gaan met borstvoeding als je bepaalde medicijnen gebruikt. Zijn deze zorgen en de negatieve adviezen om te stoppen met het geven van borstvoeding altijd terecht?

Hoeveel, hoe vaak en voor welke periode wordt het medicijn gebruikt speelt een rol, naast de leeftijd en gezondheid van de baby. Feit is dat van de meeste medicatie slechts een kleine hoeveelheid in moedermelk terecht komt.
Het effect van het niet geven van borstvoeding op moeder en kind moet mee genomen worden in de beslissing al dan niet door te gaan met borstvoeding geven. Deze impact is groot, helaas wordt hier soms te makkelijk aan voorbij gegaan.

Standaard medicijninformatie, zoals in de bijsluiter staat, levert je niet altijd genoeg informatie op.
Zoek je meer genuanceerde informatie, dan kun je kijken op de medicijnlijst van Kenniscentrum Borstvoeding. Lareb biedt uitleg en informatie over geneesmiddelen en borstvoeding met de mogelijkheid tot stellen van vragen.

Andere betrouwbare websites met wetenschappelijke informatie over medicatie en borstvoeding zijn Lactmed, Thomas Hale, E-lactancia en Embryotox. Deze websites zijn niet in het Nederlands, maar zijn wel betrouwbare bronnen met veel achtergrond informatie.
Let op dat je bij het zoeken naar informatie wel de naam van de werkzame stof (generieke naam) gebruikt en niet de merknaam.
Als je er zelf niet uit komt kun je ook overwegen om een consult te vragen bij een hierin gespecialiseerde lactatiekundige IBCLC. Zij kan je helpen met je zoektocht naar de juiste informatie, gebaseerd op de laatste wetenschappelijke inzichten met respect voor jouw borstvoedingsrelatie met je kindje.

Het is verstandig om alle informatie die je over jouw situatie en medicijngebruik gevonden hebt te bespreken met je arts en/of apotheker.

Wat doet een lactatiekundige?

Een lactatiekundige is specialist op het gebied van borstvoeding en kan zowel door ouders als zorgverleners worden geraadpleegd.
Hiervoor is aan Hogeschool Utrecht de vakopleiding gevolgd. Na afronding van de opleiding volgt verdere certificering door deelname aan een internationaal examen. Dit examen dat wordt opgesteld en afgenomen door de International Board of Lactation Consultant Examiners (IBLCE). Een International Board Certified Lactation Consultant (IBCLC) certificering is verplicht om in Nederland als officieel geregistreerd 'lactatiekundige IBCLC' te mogen werken. Een lactatiekundige is ook gebonden aan de beroepscode 'Code of Ethics' voor de lactatiekundige IBCLC. De kwaliteit en vakkennis van de lactatiekundige wordt behouden door bij- en nascholing. Iedere 5 jaar vind verplichte hercertificering door de IBLCE plaats.

Lactatiekundige zorg omvat:

  • Voorlichting en advies m.b.t borstvoeding zowel tijdens de zwangerschap als borstvoedingperiode
  • Problemen bij het aanleggen van de baby
  • Het weigeren van de borst
  • Pijnklachten
  • Borstontstekingen
  • Onvoldoende melkproductie en/of onvoldoende groei van de baby
  • Vroeggeboorte
  • Ziekte of handicap van moeder of baby
  • Opnieuw beginnen met borstvoeding (relacteren)
  • Teveel melk
  • Ondersteunen en coachen

De lactatiekundige is lid van de Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen (NVL).